Steeds vaker is bij kunstmatige bevruchtingen in Nederlandse klinieken een donor betrokken die in het buitenland woont. In principe geldt voor het gebruik van Nederlandse en buitenlandse donoren in Nederlandse klinieken dezelfde rechten en plichten. Maar in de praktijk leidt een buitenlandse woonplaats van de donor tot een aantal belangrijke verschillen. Het is belangrijk voor wensouders, ouders en donoren om hier rekening mee te houden.
Op deze pagina laten we op verschillende onderwerpen zien of er verschillen zijn tussen een Nederlandse en buitenlandse donor.
| Donor die in Nederland woont | Donor die in het buitenland woont |
|---|---|
|
De kliniek registreert sociale, fysieke en persoonsidentificerende donorgegevens bij Cdkb. | |
|
De kliniek registreert het burgerservicenummer (BSN) van een donor. Cdkb gebruikt het BSN om in de Basisregistratie Personen (BRP) het adres van een donor te vinden. |
Meestal beschikt de donor niet over een burgerservicenummer (BSN) om te registreren. In het buitenland bestaat een BSN namelijk niet. De donor staat dan ook niet in de Nederlandse Basisregistratie Personen (BRP). De kliniek registreert geen ander (buitenlands) persoonsnummer. Cdkb kan zonder BSN geen adres van een donor achterhalen uit de BRP. Cdkb heeft ook geen toegang tot buitenlandse basisregistraties met adressen van donoren. |
| Donor die in Nederland woont | Donor die in het buitenland woont |
|---|---|
| De kliniek vraagt een centrale donorcode op en reserveert maximaal 12 moedercodes. | |
|
Sommige Nederlandse klinieken gebruiken donoren met een Nederlandse woonplaats alleen in Nederland. Alle behandelingen en donorkinderen die hieruit geboren worden zijn dan bij Cdkb bekend. De donor heeft dan geen nakomelingen in buitenlandse klinieken. De donor wordt dan bij maximaal 12 moeders of hun partner ingezet. Andere Nederlandse klinieken verstrekken donorsperma van donoren die in Nederland wonen ook aan buitenlandse klinieken. Dat betekent dat de donor nakomelingen zal hebben in verschillende landen. De behandelingen in het buitenland en de kinderen die hieruit zijn geboren, zijn niet bekend bij Cdkb. De behandelingen in het buitenland tellen niet mee in het maximum van 12 moeders of hun partner. |
Donorsperma van donoren die in het buitenland wonen is vaak afkomstig uit internationale spermabanken. Voor deze donoren is de kans groot dat de donor naast behandelingen in Nederlandse klinieken ook betrokken is bij behandelingen in buitenlandse klinieken. Dit betekent dat de donor nakomelingen zal hebben in verschillende landen. De behandelingen in het buitenland en de kinderen die hieruit zijn geboren, zijn niet bekend bij Cdkb. De behandelingen in het buitenland tellen niet mee in het maximum van 12 moeders of hun partner. |
| Donor die in Nederland woont | Donor die in het buitenland woont |
|---|---|
|
Cdkb verstrekt een ouderschapsverklaring aan ouders zonder hierover contact te hebben met de donor. | |
|
Cdkb verstrekt sociale en fysieke donorgegevens aan ouders van donorkinderen zolang het donorkind jonger is dan 12 jaar en aan donorkinderen vanaf 12 jaar. Cdkb heeft hierover geen contact met de donor. | |
|
Vanaf 16 jaar kunnen donorkinderen persoonsidentificerende gegevens van de donor opvragen. Wanneer een donorkind een aanvraag doet, probeert Cdkb met de donor in contact te komen door deze een brief te sturen. | |
|
Cdkb kan meestal actuele adresgegevens achterhalen uit de Basisregistratie Personen (BRP). |
Cdkb kan meestal geen actuele adresgegevens achterhalen uit de Basisregistratie Personen (BRP), omdat donoren uit het buitenland niet beschikken over een BSN. |
|
Als het adres niet in de BRP staat, vraagt Cdkb om adresgegevens bij de kliniek en gameetbank. Soms, maar niet altijd, lukt het dan alsnog om een adres te vinden. Soms betreft het een oud adres waar een donor niet meer woont. |
Als het adres niet in de BRP staat, vraagt Cdkb om adresgegevens bij de kliniek en gameetbank. Het is nu nog onduidelijk of klinieken en gameetbanken wel een adres van buitenlandse donoren aan Cdkb kunnen geven. Hiermee hebben we nog geen ervaring. |
|
Cdkb is meestal in staat om het adres van de donor te achterhalen. |
Cdkb is meestal niet in staat om het adres van de donor te achterhalen. |
|
Als een donor niet reageert, is overleden, of er is geen adres beschikbaar, dan probeert Cdkb naasten/nabestaanden van de donor te benaderen. | |
| Cdkb kan meestal de naasten en nabestaanden van de donor achterhalen uit de BRP. Daarna kan Cdkb ook het adres van deze personen opzoeken. | Cdkb weet niet wie de naasten of nabestaanden van een donor uit het buitenland zijn. |
|
Omdat Cdkb meestal over een adres van de donor of naasten/nabestaanden beschikt, kan Cdkb een donor of de familie op de hoogte stellen van de aanvraag. Cdkb kan de donor of de familie om toestemming vragen en de donor of de familie kan eventueel zwaarwegende belangen aandragen. |
Omdat Cdkb meestal geen adres kan vinden van de donor of naasten/nabestaanden, kan Cdkb een donor of de familie ook niet vertellen over de aanvraag van het donorkind. De donor of de familie kan dan geen toestemming geven voor de verstrekking van de persoonsidentificerende donorgegevens en ook geen zwaarwegende belangen aandragen. Als er wel contact tot stand komt tussen Cdkb en de donor kan een taalbarrière bestaan. Brieven van Cdkb worden momenteel alleen in het Nederlands geschreven. Ook het begrijpen van eventueel zwaarwegende belangen die een donor aandraagt, is moeilijker als de donor niet in de moedertaal kan spreken. |
|
Wanneer een donor betrokken is bij een behandeling van na 1 juni 2004 of het betreft een donor van voor 1 juni 2004 met wie is afgesproken dat deze bekend zou zijn (b-donor), dan mag Cdkb persoonsidentificerende donorgegevens aan het donorkind verstrekken als er geen zwaarwegende belangen zijn. | |
|
Wanneer Cdkb geen bericht heeft kunnen sturen aan de b-donor of diens familie, of wanneer de b-donor niet gereageerd heeft op de berichten van Cdkb, dan zal Cdkb ook de gegevens verstrekken. | |
|
Wanneer een donor betrokken is bij een behandeling van vóór 1 juni 2004 en de donor heeft anonimiteit afgesproken (a-donor), dan verstrekt Cdkb alleen persoonsidentificerende donorgegevens aan het donorkind als de donor daar toestemming voor geeft. Zonder reactie van de a-donor, naasten of nabestaande verstrekt Cdkb geen persoonsidentificerende donorgegevens. |
Wanneer een donor betrokken is bij een behandeling van voor 1 juni 2004 en de donor heeft anonimiteit afgesproken (a-donor), dan verstrekt Cdkb alleen persoonsidentificerende donorgegevens aan het donorkind als de donor daar toestemming voor geeft. Zonder reactie van de a-donor, naasten of nabestaanden verstrekt Cdkb geen persoonsidentificerende donorgegevens. Het komt maar weinig voor dat a-donoren in het buitenland wonen. Buitenlandse donorbanken zijn pas na 2004 donorsperma naar Nederland gaan versturen. Buitenlandse donoren zijn daarom bijna altijd b-donor. |
| Donor die in Nederland woont | Donor die in het buitenland woont |
|---|---|
|
Cdkb vraagt aan Fiom om het delen van de persoonsidentificerende donorgegevens te begeleiden. | |
|
Cdkb deelt het beschikbare adres en de contactgegevens met Fiom. | |
|
Omdat Fiom bij donoren uit Nederland meestal een adres krijgt van Cdkb, neemt Fiom contact op met de donor en het donorkind om de verwachtingen af te stemmen. De donor en het donorkind kunnen zo afspraken maken over het uitwisselen van contactgegevens, of over een eventuele ontmoeting. |
Omdat Fiom bij donoren uit het buitenland meestal geen adres krijgt van Cdkb, kan Fiom ook geen contact opnemen met de donor. Het donorkind krijgt nog steeds de gegevens, maar meestal kunnen geen contactgegevens uitgewisseld worden en kan geen ontmoeting plaatsvinden. |
| Omdat de donor meestal Nederlands spreekt, is er vaak geen sprake van een taalbarrière. |
Als er toch contact kan ontstaan, spreken de donor en het donorkind meestal niet dezelfde taal. |
Samenvattend
Donorkinderen kunnen ook bij een buitenlandse donor te weten komen wie de donor is. Cdkb kan persoonsidentificerende donorgegevens op dezelfde manier delen als bij Nederlandse donoren. Het vinden van een adres van een donor die in het buitenland woont is wel veel moeilijker dan bij een Nederlandse donor. Het is daarom voor Cdkb, Fiom en het donorkind vaak niet mogelijk om met een donor in contact te komen. Ook kan meestal geen ontmoeting plaatsvinden tussen een donorkind en een donor die in het buitenland woont.
Het lukt daarom vaak niet om met een donor die in het buitenland woont in contact te komen.